Basisvergelijkingen
Vergelijkingen worden in standaard wiskundige notatie ingevoerd. Om 7 en 2 op te tellen voert u bijvoorbeeld het volgende in:
7+2
Druk op de =-knop met uw muis of de Enter-toets op uw toetsenbord om de vergelijking op te lossen.
Berekeningen worden uitgevoerd in wiskundige volgorde - vermenigvuldigen en delen worden uitgevoerd voorafgaand aan optellen en aftrekken. De volgende vergelijking is zo gelijk aan 1 (want 3×2 = 6, 7−6 = 1).
7−3×2
Gebruik haakjes om de volgorde van de berekening te wijzigen. De volgende vergelijking is zo gelijk aan 8 (want 7−3 = 4, 4×2 = 8).
(7−3)×2
Druk op de C-knop of op Escape om het scherm te wissen.